logo

Neergedaald om te bevrijden

Neergedaald om te bevrijden


Mozes hoedt de kudde van zijn schoonvader als hij in een doornstruik een stem hoort. Waarom een doornstruik? Het is het enige rekwisiet dat de verteller in de woestijn beschikbaar heeft, een kwestie van enscenering: zoals de engel, die stand-in is voor de Eeuwige. De struik staat in brand maar wordt niet verteerd. Dat wil zeggen: de stem is witheet van woede: ‘Ik heb de pijn van mijn volk gezien, hun zuchten gehoord, ik ben neergedaald om te bevrijden.’

Mozes heeft zijn schoeisel uitgedaan. Is die grond daar heilig? Komt er van heilige plaatsen, heilige bomen of oorlogen niet altijd ellende? Precies! En daarom: niets is heilig behalve de dingen waar de stem zich over opwindt: de honger en het niet tot zijn recht komen van de naaste.

Ik zou met Martin Buber niet ‘heilige grond’ vertalen, maar ‘aardbodem der heiliging’: grond en uitvalsbasis van bevrijding. Voor het eerst in de Thora wordt hier de Naam genoemd: Ik ben, Ik zal (er bij) zijn, bedacht op menselijkheid: tot Hij alles in allen is: Ecce homo, wij eindelijk mens.

De Naam plaatst niet zichzelf in het middelpunt, maar wijst van zichzelf af. Zijn transcendentie duikt op in de marge, tussen de lozers, zelf op het elfde uur nog geen baan, aan lager wal, de boot gemist, wreed misbruikt, als kind verkocht aan een naaiatelier. Al die stand-ins uit Matteüs 25: ze zijn er om ons om Harentwil een geweten te schoppen. Wat gij hen hebt gedaan, hebt gij mij gedaan.

Henk Abma

hout
linnen
foto
grafiet
acryl
2019